Zeiknatte sokken, een bloedneus en veertig ganzeneieren

Zeiknatte sokken, een bloedneus en veertig ganzeneieren

In een rietlandje in de buurt scharrelen honderden grauwe ganzen door elkaar. Ze gakken, ze kakken en ze leggen eieren. En dat laatste is de reden dat ik hier ben: om die ganzeneieren te rapen.

Het is een prachtig stuk natuur, dit rietgebied. Maar al die ganzen maken boeren het leven zuur. Ze poepen op het land, grazen het helemaal kaal en maken het zo ongeschikt voor vee. Wat doe je eraan?

Gast in natuurgebied

Vangen, daar is ontheffing voor. Elk jaar worden 245.000 ganzen doodgeschoten (cijfers: Dierenbescherming). Terwijl het verstoren van nesten ook veel overlast kan beperken. Maar daar is onvoldoende menskracht voor, vertelt jager en wildplukker Ellen Mookhoek. Zij heeft toestemming om in natuurgebieden ganzeneieren te rapen en bebroede eieren stuk te maken – en ze neemt per tocht twee gasten mee.

Geheim landje

Daarom sta ik op dinsdagochtend met mijn kaplaarzen aan, een rugzak met een zakmes mee, klaar om te zoeken naar ganzeneieren. Het moet een beetje geheim blijven waar het landje is en wat we hier doen. Want er zijn mensen die het zielig vinden, of onnodig. Terwijl de schade die de ganzen veroorzaken gigantisch is en dit een diervriendelijke manier lijkt om van het overschot aan wilde ganzen af te komen.

In de rugzak

Ganzen leggen elke dag een ei, en die verstoppen ze in rietbergjes. Als het nest vol is, maken ze er een lekker nestje van, met wat zachte veertjes, en gaan ze op de eieren zitten om ze uit te broeden. Ellen legt het uit: we moeten de temperatuur van de eieren voelen. Warm? Dan wordt er gebroed. Die eieren maken we stuk. Zijn de eieren steenkoud, dan mogen ze in de rugzak.

Water in de kaplaars

Zo, dat valt nog niet mee. De stevige wind mept de rietstengels in mijn gezicht, ze slaan me zelfs een bloedneus. De eerste warme eieren doorprikken met mijn zakmesje is ook geen fijne klus, ik heb medelijden met de moedergans die straks haar nest terugziet als een grote puinhoop. En ineens sta ik middenin een sloot, het koude water gutst in mijn kaplaars en ik verlies bijna mijn evenwicht.

Veertig eieren

De balans aan het einde van de dag: mijn haar is in een onontwarbare knoop gewaaid, mijn spijkerbroek en sokken zijn zeiknat, de handen verkleumd en plakkerig van het eierstruif. De buit: veertig prachtige, grote en kakelverse ganzeneieren. Ze blijven in de koelkast zeker tien dagen goed, de komende weken wordt het eiersalade, tulband, cake en wie weet wat voor toepassingen van ganzeneieren nog meer.

Maar eerst die natte spijkerbroek in de wasmand, brrrr.