Een kast vol niks om aan te trekken
Ik pluk een beetje aan de broek. Lekkere stof, mooie kleur, lengte is prima maar mwah… Draai naar links, draai naar rechts, m’n goede humeur is het raam uit. Een buik! Een rol! Een kwab! Een put!
Mijn vriend vraagt waarom ik zo boos een spijkerbroek in een verzendenvelop aan het proppen ben. “Die stuur ik terug,” mopper ik tegen hem. “Ik ben dik en lelijk.”
Hij stelt me gerust: “jij bent helemaal niet lelijk.”
Tranen springen in mijn ogen: “Nou zeg jij het ook! Ik ben dik!”
Nu liggen mijn mondhoeken helemaal op mijn sleutelbenen. Als die tenminste nog te vinden zijn achter al dat vet. Ik wijs naar mijn buik: een probleem. Draai om mijn billen te laten zien: twee problemen. En bovendien heb ik een hele kast vol met niks leuks om aan te trekken. Nog een probleem.
Dat wordt dus winkelen. Ik moet waarschijnlijk naar grote-maten-winkels om m’n enorme lijf in een spijkerbroek van extreme stretch te krijgen, want gewone confectiematen heb ik voor mijn gevoel al kilo’s achter me gelaten.
Ik wurm me achter een iets te klein gordijntje in een veel te kleine spijkerbroek.
Winkel één: ik probeer me achter een iets te klein gordijntje in een veel te kleine spijkerbroek te wurmen. “We hebben alleen skinny modellen, mevrouw,” helpt de potlood-dunne verkoopster. “Welke maat heeft u nu? Die is waarschijnlijk te groot.” Ik kijk vol ongeloof naar de knoop van de broek. Die kan maar net door het knoopsgat, en zitten of lopen heb ik nog niet eens geprobeerd.
Winkel twee: een stapel spijkerbroeken. Tot mijn knieën komt de eerste. Mijn onderbroek steekt uit boven de tweede. “We hebben alleen low waist modellen, mevrouw,” pruttelt deze verkoopster. “Welke maat heeft u nu? Die is waarschijnlijk te klein. Nee, groter hebben we niet.” Ik kijk vol ongeloof naar m’n bouwvakkersdecolleté in de spiegel.
Deze is leuk! Welke maat is dit? En wat kost ‘ie?
Winkel drie: na een hele stapel spijkerbroeken heb ik er eentje aan die leuk is. Welke maat is dit? En even kijken naar de prijs. He, er zit helemaal geen kaartje in! Ik probeer de aandacht te trekken van de verkoopster, maar die krijgt net een heel belangrijk what’s app berichtje. Ik trek die fijne spijkerbroek uit en er vallen haarspeldjes uit de zak. Wacht eens even! Dat is de spijkerbroek die ik vanochtend thuis heb aangetrokken!
Mijn enige redding: de groenteboer. Het is afgelopen met frituren, mayonaise en broodjes garnalen. Lekker veel groente, zo gezond mogelijk. Salade. Grillen. Wat druppeltjes olijfolie in plaats van grote klonten roomboter. Bijvoorbeeld deze venkel met tomaatjes en tijm uit de oven.
Mijn nieuwe spijkerbroek? Die vond ik uiteindelijk in de allerlaatste winkel. Gewoon in een confectiemaat. En niet eens de grootste. Mijn humeur is gered.
Foto: Quinn Dombrowski (Flickr)

Ik kook met hart, ziel en roomboter. Het liefst koop ik spullen uit de buurt, in Westfriesland is van alles te krijgen. Volg mijn kookervaringen op dit blog en via 
Goed stuk zeg.
Dank je!