Gnocchi met blauwe kaassaus en rucola

  • 500 gram aardappelen, geschild
  • 90 gram bloem, iets meer om te bestuiven
  • 1 ei
  • zout
  • beetje olijfolie
  • 100 gram blauwe kaas, bijvoorbeeld gorgonzola of danish blue
  • 200 ml slagroom
  • handje rucola

Kook de aardappels gaar in 25 minuten. Laat ze een beetje afkoelen.

Strooi er zout overheen en pureer de aardappelen, bijvoorbeeld door de mixer erin te zetten.

Roer het eitje los in een kommetje. Doe de helft van het losgeklopte ei en de bloem bij het aardappelmengsel, kneed goed door elkaar.

Als het een kneedbaar, zacht deeg is geworden, kun je de gnocchi gaan maken. Snij het deeg in vier stukken. Rol ieder stuk uit tot een sliert van ongeveer een centimeter dik. Gebruik wat bloem aan je handen en op het deeg om te voorkomen dat het deeg overaan aan blijft plakken. Snij de sliert in stukjes. Die stukjes kun je nog rollen tot kleine bolletjes, maar je kunt ze ook zo houden. Leg ze in een ovenschaal, die je met een beetje olijfolie hebt ingevet.

Verwarm ondertussen de oven voor op 200 graden.

Als je alle gnocchi hebt gemaakt, kun je aan de saus beginnen. Verhit de slagroom in een steelpannetje, doe de blauwe kaas er in blokjes bij. Laat de kaas smelten in de saus. Proef, breng op smaak met zout en peper (voorzichtig met het zout, sommige blauwe kaas is erg zout).

Giet de saus over de gnocchi en schuif de ovenschaal in de oven. Bak ze ongeveer 15 minuten, tot de gnocchi begint te verkleuren.

Strooi vlak voordat je gaat eten, wat grofgesneden rucola over de gnocchi. Zo heb je het idee dat je toch nog een beetje vitamines binnen hebt gekregen, en niet alleen dikmakende kaas, room en aardappelpasta hebt gegeten.