Krabravioli met venkelsaus

Pasta:

  • 3 eieren
  • 300 gram Italiaanse grove bloem
  • beetje zout

Vulling:

  • blikje krabvlees
  • 2 bosuien
  • 2 eetlepels slagroom
  • citroensap
  • peper

Venkelsaus:

  • 50 gram roomboter
  • 100 gram venkelknol, in kleine blokjes gesneden
  • 20 blaadjes verse oregano
  • 1/4 liter visbouillon
  • 1/2 glas witte wijn

Maak de pasta: kneed de drie eieren met wat zout door de bloem. Kneed een kwartier stevig door en leg dan het pastadeeg in plastic folie minimaal een uur in de koelkast.

Maak de vulling: prak het krabvlees los met ringetjes bosui, wat citroensap, pittig peper en de slagroom.

Rol de pasta uit en steek met een ring (of een limonadeglas) rondjes uit het deeg. Maak de ravioli door op één rondje een beetje krab te scheppen. Smeer de randen van het rondje deeg in met een beetje water en leg er een ander rondje bovenop. Druk de randjes op elkaar en zorg ervoor dat er geen lucht bij de vulling komt. Zo maak je alle ravioli’s. Leg ze op een bord of een snijplank waar je ruim pastabloem over hebt gestrooid, anders plakken ze vast aan de ondergrond en elkaar.

Maak de saus door de roomboter te smelten in een klein pannetje. Doe daar de oregano en de venkel bij en laat vijf minuten smoren. Doe dan de bouillon erbij en laat lekker koken. Proef de saus, voeg eventueel peper en zout toe. Maak af met een scheut witte wijn.

Breng een grote pan water met zout aan de kook. Als het water bruist, kook je de ravioli in vier minuten gaar.

Schep de saus in een diep bord (de saus is niet erg gebonden) en leg de ravioli erop.

Je kunt ook wat Hollandse garnaaltjes in het bord leggen voordat je de saus erin schept.