Citroen crème brûlée

  • 400 ml slagroom (twee bekertjes)
  • 6 eidooiers
  • sap van 1 citroen
  • vanillestokje of vanillesuiker
  • 3 eetlepels suiker
  • 2 theelepels maizena
  • 100 ml melk
  • extra suiker om het suikerlaagje te maken

Snij het vanillestokje open en schraap de pitjes eruit. Doe peul, pitjes en slagroom en de melk bij elkaar in een steelpannetje en breng op laag vuur aan de kook. Let goed op, want slagroom brandt heel snel aan.

Klop ondertussen de eidooiers los met de suiker en het sap van de citroen.

Is de slagroom warm, vis dan de peulen eruit. Doe een scheut warme melk bij de losgeklopte eieren en roer stevig door. Voeg nog een scheut toe, roer door. Voeg de rest van de melk toe en roer het door. Giet daarna het warme eimengsel terug in de pan, maar hou een flinke scheut achter. Zet de pan op een laag pitje.

Roer de theelepels maizena los in de achtergebleven warme vla. Dat gaat het makkelijkst in een klein schaaltje of een koffiekopje. Giet het maizenapapje bij de vla, breng aan de kook terwijl je goed roert.

De vla wordt nu dikker. Wordt de vla te dik, doe er dan een scheut melk bij. Niet dik genoeg? Dan maak je nog wat maizena, met koude melk deze keer, en voegt die toe.  Proef de vla: niet te zoet en niet te zuur? Hij mag stevig op smaak zijn, want afgekoeld wordt de smaak wat vlakker.

Giet de vla in ramequins of andere vuurvaste kommetjes. Laat ze afkoelen.

Voordat je de crème gaat serveren, moet je het suikerlaagje maken. Strooi een laag suiker over de afgekoelde vla en smelt die met de brander. Heb je geen brander? Kijk dan of je een verfafbrander in de schuur hebt liggen, want die werkt eigenlijk beter. Hup, met die blauwe vlam over het toetje. Heb je dat niet, dan kun je de schaaltjes onder een grill zetten. De suiker moet verkleuren, bubbelen, maar niet zwart worden. Een glimmend koperkleurig transparant laagje is het mooiste – en natuurlijk moet het korstje ‘krak’ zeggen als je er met een lepeltje op tikt!

Klassieker: Of crème brulée nou uit Frankrijk of Spanje komt, daar zijn de culinaire experts nog niet uit. Het nagerecht lijkt erg veel op crema catalana, hoewel daar soms sinaasappelcustard voor wordt gebruikt, in plaats van vanillecustard. In de zeventiende eeuw wordt het recept voor het eerst opgeschreven, onder andere door de Franse chefkok François Massialot. Hij was niet in dienst bij een restaurant, maar werkte als zelfstandige kok en werd ingehuurd door graven, markiezen en andere adel als ergens een groot feest werd gegeven. Ook gaf hij twee kookboeken uit, waarvan een boek ‘Nouvelle Instruction pour les confitures, les liquers et les fruits’ uit 1692, volledig is gewijd aan zoete schotels.