Volkorenbrood met groene olijven

  • 250 gram volkorenbloem
  • 250 gram witte bloem
  • 10 gram gedroogde gist (1 zakje)
  • 2 theelepels suiker
  • keukenzout
  • olijfolie
  • bakje groene olijven, kleingesneden
  • (eventueel: grof zeezout en gedroogde Italiaanse kruiden)

Zet de gist aan het werk: doe in een kommetje wat lauwwarm water en roer daar twee theelepels suiker doorheen. Los de gist erin op en laat tien minuten staan. Als de gist gaat schuimen, is het goed.

Zeef de volkorenbloem en de gewone bloem door elkaar. Doe er een theelepel zout bij.

Kneed het gistmengsel door de bloem. Voeg meer lauw water toe om een stevig, elastisch deeg te krijgen. Kneed tien minuten door, vorm er een bal van en doe de bal in de beslagkom. Dek af met plastic of met een vochtige theedoek en zet het deeg op een warme plek om anderhalf uur te rijzen.

Sla het deeg plat en rol het uit tot een lap van ongeveer een centimeter dik, zestig centimeter lang en dertig centimeter hoog. Leg de lap op een ingevette bakplaat.

Smeer de lap in met olijfolie. Verdeel de kleingesneden groene olijven over de helft van het deeg. Vouw de andere helft erover heen, druk de zijkanten dicht. Smeer de bovenkant van het brood in met een beetje olijfolie, strooi er Italiaanse kruiden en grof zeezout overheen.

Dek het deeg af met huishoudfolie en zet het weer warm weg. Laat een uur of langer staan tot het deeg weer is gerezen.

Verwarm de oven voor op 200 graden. Bak het brood in veertig minuten goudbruin. Als je op de onderkant klopt en het klinkt hol, is het brood klaar.