Karbonaadjes in abdijbier

  • 2 schouderkarbonades
  • 1 flesje abdijbier (bijvoorbeeld Chimay)
  • 1 stevige appel
  • peper en zout
  • 100 ml slagroom
  • 5 spice powder
  • roomboter

Wrijf wat 5 spice powder in de karbonaadjes. Strooi er daarna peper en zout overheen.

Verhit een kluit roomboter in een pan met een dikke boter. Als het schuim wegtrekt, leg je de karbonaadjes in de pan.

Bak ze een paar minuten aan elke kant, tot ze er lekker bruin uitzien. Giet dan het bier in de pan, tot de karbonaadjes onder staan.

Was de appel en snij in kwarten. Snij het klokhuis eruit en snij in schuifjes. Je hoeft de appel niet te schillen, dan blijven de stukjes appel stevig als ze koken. Doe de appelschijfjes in de pan bij het bier en de karbonaadjes.

Doe het deksel op de pan, draai het vuur laag als het bier kookt. Laat twintig minuten pruttelen.

Haal de karbonaadjes en de appelschijfjes uit de pan en leg ze op een bord. Zet het deksel erover om warm te houden.

Kook het bier in tot de helft en roer de aanbakseltjes een beetje los.

Doe een theelepel maizena in een kopje, doe er een scheutje bakvocht bij. Roer dat tot een papje en voeg toe aan het bier. Breng aan de kook terwijl je roert, zodat de saus wat dikker wordt. Proef de saus en voeg eventueel nog wat zout of peper toe.

Leg de karbonaadjes op een schaal, schenk de biersaus erover heen. Doe er wat fijngesneden basilicum overheen.