Die saaie zandkoekjes die je met kinderen maakt, zijn wel leuk maar niet zo lekker. Het smaakt beter als je er een smaakje doorheen roert. Kaneel bijvoorbeeld, of gember (met een dikke snuf gemberpoeder) of anijs. Ook lekker om wat te proeven als je de koekjes aan het maken bent, want het deeg smaakt ook lekker!
Cantuccini zijn Italiaanse koekjes die je na het eten krijgt. Je moet ze in je koffie dopen of in een glaasje vin santo, zoete witte wijn. Udo nam een zak cantuccini mee uit… Zuid-Afrika en ze smaakten heerlijk. Toen ze op waren, wilde ik ze zelf maken. Dan kunnen we variëren: met hazelnoten, met rozijntjes erdoor, met chocolade of met kleine stukjes caramel. Je kunt ze lang beweren, in een koektrommeltje, maar dat hoeft natuurlijk niet…
Het is weer asperge-tijd. En ik vind ze heerlijk! Soms krijgen we verse asperges uit de moestuin van Geub en Stien, die zijn het allerlekkerste. Maar de asperges bij de groenteboer zijn ook niet slecht.
Cheesecake… De eerste dagen in New York was ik geobsedeerd. De meest bizarre varianten: pepermunt-chocolade cheesecake, aardbeien cheesecake, mokka cheesecake… Maar de meest simpele is de lekkerste, cheesecake met wat citroen. Een laagje lemon curd op de bovenkant (goeie tip Anouka) maakt het helemaal af. Dankzij het kookboek van mijn tante Citty kan ik ze nu zelf maken, dat scheelt weer een vliegticket.
In Amerika eten ze pannekoeken bij het ontbijt. Dat vond ik altijd een fascinerend idee. Dus toen ik de kans kreeg, heb ik me rondgegeten aan die lekkere kleine pannekoekjes. Ze zijn heel machtig, dus een pannekoek of drie is genoeg brandstof voor een lange, luie (Paas?) ochtend.
In een klein restaurantje in Milaan at ik voor het eerst gnocchi. Ik bestelde het omdat ik het woord zo leuk vond klinken. Ik kreeg een enorme schaal met blauwe kaassaus erover, zoals dit recept, en ik at totdat ik barstte. Verrukkelijk! Gnocchi moet met stevige smaken worden gecombineerd, want het wordt gauw flauw. Maar in combinatie met pittige blauwe kaas smaakt het heerlijk zacht, zalvend en (sorry voor het dramatische taalgebruik) troostrijk.
Gordon Ramsay op televisie vind ik eigenlijk een vervelende vent. De eerste die zo’n grote mond tegen mij opzet in de keuken, mag gewoon lekker naar huis. Al die heftige conflicten, ik hou daar niet van. Zijn kookboeken had ik dus ook niet. Maar filmcateraar Caroline liet me zijn boek ‘Gezond met Ramsay’ zien, en daar staan heel veel recepten in die me heel lekker lijken. Dus hup, boek besteld (nóg een kookboek, zucht Udo) en meteen aan de slag.
Ik maak het nagerecht voor het kerstdiner bij mijn moeder. Wat? Het kookboek Specerijen heb ik nog niet zolang en ik blijf er maar in bladeren: zoveel recepten, zoveel mooie foto’s en het klinkt allemaal even lekker. Vandaar deze taart, met de verrassende combinatie van nootmuskaat, suiker en ei. Klinkt erg kersterig, toch?
Januari een sobere maand? Daar heb ik helemaal geen zin in. Bij dat leuke programma Masterchef van de BBC zag ik een man ravioli met krab maken. Ik kreeg er enorme trek van. Ik heb geen idee of deze ravioli lijkt op zijn recept, want ik heb maar wat geïmproviseerd met wat we toevallig in huis hadden – maar lekker is het wel.
Het kerstmenu op eerste kerstdag had een Aziatisch karakter. Het voorgerecht was deze lekkere soep, waar behalve paddestoelen en gember ook een kipfilet in dunne reepjes doorheen ging. Verrukkelijk! Jammer dat het restje de volgende dag al op was voordat we thuiskwamen van een winterwandeling…

Ik kook met hart, ziel en roomboter. Het liefst koop ik spullen uit de buurt, in Westfriesland is van alles te krijgen. Volg mijn kookervaringen op dit blog en via 