Mijn oma Riemsdijk bakte de allerlekkerste vis ter wereld. Ze kwamen vaak op woensdag bij ons thuis, met een grote tas van de vismarkt in Den Helder. Om vijf uur deed oma een schort om en begon ze met bakken. Mijn zus en ik hoefden niks bij die visjes te eten, we aten ongeveer een pond vis per persoon, dus daar pastte echt geen gebakken aardappeltjes of patat meer bij. Omdat we toch iets van vitamines moesten eten, werden er gekookte worteltjes bij opgeschept. Die waren door oma lekker met een klont roomboter en een schep suiker geglaceerd, dus hoeveel vitamines we daar nog van konden verwachten…
Deze kerstdagen hoef ik zelf niet te koken, ik ben uitgenodigd. Het leek me leuk om iets mee te nemen voor de gastheer en gastvrouw. Waarom geen truffels? Eerst even oefenen natuurlijk, maar ze zijn goed gelukt. Niet ingewikkeld en het lijkt me leuk om te variëren met de smaken van de truffels: kaneel erdoor bijvoorbeeld, of knapperige nootjes door de vulling. Misschien zijn anijszaadjes leuk als je ze van witte chocolade maakt. Ik zag ook recepten met chilipeper en zeezout, voor avontuurlijke types.
We proberen ons huis te verkopen, maar in deze markt gaat dat niet zo gemakkelijk. Vandaag hebben we de truuk met de appeltaart uitgehaald. Gisteravond heb ik deze peer-appelcake gebakken, vanochtend heb ik ‘m nog even in de oven gezet. En waarschijnlijk gaan de kijkers, bedwelmd door de geur van kaneel en vanille, direct een bod bóven onze vraagprijs uitbrengen.
Topinambour klinkt zo poëtisch, het zijn gewoon aardperen. In het Engels heten ze ‘Jerusalem artichokes’ en inderdaad doet de smaak een beetje aan artisjokbodem denken. Udo’s moeder spit ze gewoon op uit de tuin – als het tenminste niet vriest – en dan kunnen wij ervan smullen. Het schijnt dat die lekkere knolletjes zomer, winter, lente en herfst gewoon doorgroeien. Een troostrijke gedachten, want de soep is heerlijk!
Sla ik nu door? Zelfgebakken soepstengels? Het is best leuk om ze te maken, maar een pak soepstengels is helemaal niet zo duur. Nee, dit zijn mijn kerstvoorbereidingen. Zelfgemaakte soep smaakt veel beter met een zelfgebakken soepstengel erbij en het ziet er erg chique uit – tenminste, dat hoop ik.
Mijn eerste kookboek was het Winnie The Pooh kookboek, gekregen van mijn Amerikaanse tante Citty. En deze soep was mijn favoriet. Inmiddels staan er een heleboel kookboeken te balanceren op de kast in de keuken, maar dit kookboek – ik gebruik het soms nog – is het allerbijzonderste.
Rode kool, dat had ik echt al honderd jaar niet gegeten. Die rare paarse kleur is wel heel opvallend en bijzonder. Rodekoolstamppot met appel is een beetje zoet, dus volgens mij vinden kinderen dit ook wel lekker.
Rotweer, rotdag, rothumeur. Gelegenheid voor een homp lekker stevig brood bij een grote kom hete soep. Troosteten! En bovendien is dat deeg kneden enorm therapeutisch. Tien minuten – of langer als je het nodig hebt – duwen en stompen, draaien en knijpen. Dag therapie, hallo warm zelfgebakken brood!
Woensdag was het erg koud, ik was nog niet gewend aan het idee dat december echt was begonnen. In de lunch haalde ik een kom warme soep bij een soepwinkeltje (www.soupenzo.nl). Bietensoep was het, precies waar je trek in hebt als het koud en nat en ongezellig is buiten. De soep was heerlijk! En dat wil ik ook maken. Deze bietensoep uit eigen gaarkeuken is erg lekker, maar minder pittig dan de versie van de soepwinkel. Ik denk dat ik ‘m nog een keer moet kopen om hun kookkunst af te kijken…
Kardemom had ik bij de Turkse supermarkt gekocht omdat het – lekker praktisch – zo’n mooie naam heeft. Gelukkig kwam ik in ‘Brood’ van Linda Collister (wat een fijn kookboek is dat) dit recept tegen voor vetebrod. Het is een zoet brood uit Zweden, dat je bij de koffie kunt opeten. Wat mij betreft kan het ook bij de thee, bij het toetje of als ontbijt. Of midden in de nacht, als je trek krijgt.

Ik kook met hart, ziel en roomboter. Het liefst koop ik spullen uit de buurt, in Westfriesland is van alles te krijgen. Volg mijn kookervaringen op dit blog en via 